Architectuur

Angkor Wat

Angkor Wat

Angkor Wat is een tempelcomplex in Cambodja en het grootste religieuze monument ter wereld, met een oppervlakte van 162,6 hectare. Het werd oorspronkelijk gebouwd als een hindoetempel voor het Khmer-rijk en transformeerde geleidelijk in een boeddhistische tempel tegen het einde van de twaalfde eeuw. Het werd gebouwd door de Khmerkoning Suryavarman II in de vroege twaalfde eeuw in Yaśodharapura, de hoofdstad van het Khmer-rijk, als zijn staatstempel en uiteindelijke praalgraf. Angkor Wat was gewijd aan Vishnoe, waarmee gebroken werd met de Shaivistische traditie van eerdere koningen. Als enige tempel in de omgeving bleef het een belangrijk religieus centrum, dankzij de goede conservering. De tempel geldt als het hoogtepunt van de hoog klassieke stijl van Khmerarchitectuur. Het is een symbool van Cambodja geworden en staat op de nationale vlag. Het is ook de grootste toeristische trekpleister van het land.

 

Angkor Wat combineert twee hoofdelementen van Khmer-tempelarchitectuur: de tempelberg en de latere tempelgalerij. Het is ontworpen om de berg Meroe voor te stellen, het tehuis van de Devas in hindoeïstische mythologie: binnen een slotgracht en een 3,6 kilometer lange buitenmuur staan drie vierkante galerijen, elk hoger dan de vorige. In het centrum van de tempel staat een quincunx van torens. In tegenstelling tot de meeste Angkoriaanse tempels is Angkor Wat gericht naar het westen; academici zijn verdeeld over het belang hiervan. De tempel wordt gewaardeerd om de grandeur en harmonie van de architectuur, de uitgebreide bas-reliëfs en de vele Devata’s die de muren versieren.

 

De moderne naam Angkor Wat betekent “Tempelstad” of “Stad der Tempels” in Khmer; Angkor, wat “stad” of “hoofdstad” betekent, is een spreektalige vorm van van het woord Nokor, wat van het Sanskriet woord nagara (Devanagari) komt.

Taj Mahal

De Taj Mahal is een imposant, wit marmeren mausoleum in Agra (Uttar Pradesh). Shah Jahan, de vijfde heerser van het Mogolrijk, liet het grafmonument tussen 1632 en 1648 bouwen als laatste rustplaats voor zijn geliefde echtgenote Mumtaz Mahal, die in 1631 in het kraambed was overleden. Na de dood van Shah Jahan werden ook diens resten bijgezet in de graftombe.

 

De Mogoldynastie had de gewoonte om voor haar leden grafmonumenten in symmetrisch aangelegde tuinen te bouwen. Tuinen staan in de islamitische traditie symbool voor het paradijs en de Mogols poogden voor hun overledenen een hemelse woonplaats op aarde te scheppen. De grootschaligheid en esthetische verfijning van deze bouwwerken diende tevens de luister van hun heerschappij te onderstrepen. Een eerste hoogtepunt in deze traditie was Humayuns tombe in Delhi, in de jaren 1560 gebouwd door Akbar.

 

De Taj Mahal staat niet zoals gebruikelijk in het midden van de tuin, maar op een verhoogd platform aan de oever van de rivier de Yamuna in Agra en domineert zo de wijde omgeving. Vier vrijstaande minaretten bezetten de hoeken van het platform en geven het bouwwerk een driedimensionale referentie. De Taj Mahal wordt geflankeerd door twee identieke – in contrasterend rood zandsteen opgetrokken – gebouwen, de moskee en het gastenverblijf. Tussen het mausoleum en de hoofdpoort van het complex ligt de tuin, die door kanalen in vier gelijke perken verdeeld is volgens het Perzische chahar baghpatroon.

 

Het mausoleum wordt geroemd om de volmaakt uitgevoerde symmetrie, de verfijnde decoraties in de vorm van kalligrafieën uit de Koran, de marmeren reliëfs en het ingelegde steenwerk en niet op de laatste plaats vanwege het subtiele lichtspel, dat het gebouw steeds een ander aanzien geeft.

 

Shah Jahan slaagde in zijn ambitie om een monument voor eeuwen neer te zetten. De Taj Mahal is een van de meest herkenbare gebouwen ter wereld en een symbool van India. In 2007 werd de Taj Mahal verkozen tot een van de zeven nieuwe wereldwonderen. Het gebouw wordt jaarlijks door miljoenen bezoekers bezocht. Voor velen van hen is het mausoleum vooral een romantische ode aan de liefde.