Muziek

Amy Winehouse – Back to Black (3 versies)

Amy Winehouse – Back to Black

Met akoestische gitaar

2007

Amy Winehouse – Back to Black

Met elektrische gitaar en basgitaar

2006

Amy Winehouse – Back to Black

Met band

2008

Back to Black

He left no time to regret
Kept his dick wet
With his same old safe bet
Me and my head high
And my tears dry
Get on without my guy
 
You went back to what you knew
So far removed
From all that we went through
And I tread a troubled track
My odds are stacked
I’ll go back to black
 
We only said goodbye with words
I died a hundred times
You go back to her
And I go back to
I go back to us
 
I love you much
It’s not enough
You love blow and I love puff
And life is like a pipe
And I’m a tiny penny
Rolling up the walls inside
 
We only said goodbye with words
I died a hundred times
You go back to her
And I go back to
 
We only said goodbye with words
I died a hundred times
You go back to her
And I go back to
 
Black, black
Black, black
Black, black
Black
I go back to
I go back to
 
We only said goodbye with words
I died a hundred times
You go back to her
And I go back to
 
We only said goodbye with words
I died a hundred times
You go back to her
And I go back to black

Geschreven door Amy Winehouse en Mark Daniel Ronson (ook producer)

Donny Hathaway

Donny Edward Hathaway (Chicago, 1 oktober 1945 – New York, 13 januari 1979) was een Amerikaanse arrangeur, componist en zanger van soulmuziek.

Hathaway groeide op in Saint Louis (Missouri). Hij was drie jaar oud toen hij samen met zijn oma in het kerkkoor ging zingen. Als kind speelde hij ook piano. Daardoor kreeg hij in 1964 een beurs voor de Howard University. Daar verbleef hij drie jaar en speelde hij in een jazztrio met de naam “The Ric Powell Trio”.

Hathaway en zijn vrouw, Eulaulah, hadden twee dochters, Lalah Hathaway en Kenya Hathaway. Lalah speelt af en toe in de gelegenheidsband Daughters of Soul. Tevens is ze geregeld gastzangeres bij bijvoorbeeld Marcus Miller geweest. Zelf heeft ze drie solo-cd’s gemaakt. Kenya was achtergrondzangeres bij de Amerikaanse versie van Idols.

Donny Hathaway – You’ve got a Friend (Live 1972)

Hathaway begon als liedjesschrijver, sessiemuzikant en producent voor the Unifics, the Staple Singers, Jerry Butler, Aretha Franklin en Curtis Mayfield. Zijn eerste single maakte hij bij het muzieklabel van Curtis Mayfield (Curtom label). Het was een duet met June Conquest met als titel “I Thank You Baby”.

Hij kreeg daarna een contract bij Atco Records. “The Ghetto, Pt. 1”, werd zijn eerste single bij het label. Zijn debuut-LP was Everything Is Everything (1970), die kritisch was ten aanzien van de Amerikaanse maatschappij. Zijn tweede album, Donny Hathaway, was een grote hit. Met Roberta Flack, die hij had leren kennen op de Howard University en die ook bij het label zat, maakte hij een duetalbum. Het werd een groot succes. “Where is the love” was een cover van Ralph MacDonald en werd een top 5 hit. Het album bevatte tevens andere covers zoals Carole Kings “You’ve Got a Friend” en “Baby I Love You”, wat officieel een hit van Aretha Franklin was.

Donny Hathaway – The Ghetto (Live 1972). Troubadour in Hollywood

Op het hoogtepunt van zijn carrière werd Hathaway depressief. Hij ging regelmatig naar oorden om zich te laten behandelen. Het kwam de samenwerking met Flack in die tijd niet ten goede. Roberta Flack ging haar eigen weg tot 1978. Toen maakten ze samen de single “The Closer I get”. Het werd een grote hit en ze gingen samen weer de studio in om een duetalbum op te nemen.

Roberta Flack & Donny Hathaway Berkeley 1972
Roberta Flack & Donny Hathaway Berkeley 1972

Op 13 januari 1979 werd Hathaway dood gevonden op de stoep voor het Jumeirah Essex House in New York, waar hij woonde. Er waren geen tekenen op zijn lichaam gevonden dat er een ruzie was geweest. Het raam van de kamer van Hathaway was geopend. Men ging ervan uit dat hij uit het raam was gesprongen en zelfmoord had gepleegd. Vrienden, fans en de media waren verbaasd door zijn overlijden. Niemand begreep zijn dood omdat het weer goed ging met zijn carrière samen met Flack. Ook Flack was onder de indruk en zette de duetten die nog niet waren uitgebracht op haar volgende lp. Aanvulling: Uit de documentaire “Mister Soul – A story about Donny Hathaway” van 2Doc-regisseur David Kleijwegt blijkt dat Donny al langere tijd leed aan paranoïde schizofrenie.

Donny Hathaway Live 1972
Donny Hathaway Live 1972
Roberta Flack & Donny Hathaway 1972
Roberta Flack & Donny Hathaway 1972
Donny Hathaway Extension of a Man 1973
Donny Hathaway Extension of a Man 1973

Albums

  • Everything Is Everything (ATCO, 1970)
  • Donny Hathaway (ATCO, 1971)
  • Live (ATCO, 1972)
  • Roberta Flack & Donny Hathaway (1972) R
  • Extension Of A Man (1973)
  • Featuring Donny Hathaway (1980) R
  • In Performance (1980)
  • Donny Hathaway Collection (1990)

Singles

  • I Thank You Baby (Curtom, 1969)
  • The Ghetto, Pt. 1 (ATCO, 1970)
  • This Christmas b/w Be There (ATCO, 1970)
  • A Song For You (1971)
  • Magnificent Sanctuary Band b/w Take A Love Song (1971)
  • You’ve Got A Friend (1971) R
  • You’ve Lost That Lovin’ Feeling (1971) R
  • Giving Up (1972)
  • Where Is The Love? (1972) R
  • The Closer I Get To You (1978) R
  • Back Together Again (Atlantic, 1979) R
  • You Are My Heaven (1980) R

Verzamelwerken

  • The Best of Donny Hathaway (Atlantic, 1978)
  • A Donny Hathaway Collection (1990)
  • These Songs For You, Live (Rhino, 2004)

Documentaire

  • Mister Soul – A story about Donny Hathaway (2020)

R = Vermeld als Roberta Flack featuring Donny Hathaway.

Bas solo van Willie Weeks op Voices Inside van het album Everything Is Everything (ATCO, 1970)

Van Morrison – Live at the Real World Studios, Box, Engeland (2021)

  • 00:17 – Only A Song
  • 03:55 – Deadbeat Saturday Night
  • 07:45 – Love Should Come With A Warning
  • 11:45 – Do The Right Thing
  • 15:27 – Up County Down
  • 20:46 – Latest Record Project
  • 25:13 – Blue Funk
  • 29:40 – My Time After A While
  • 35:12 – Diabolic Pressure
  • 40:08 – Why are You On Facebook?
  • 44:30 – Where Have All The Rebels Gone?
  • 48:59 – Baby Please Don’t Go – Got My Mojo Working
  • 56:47 – Ain’t Gonna Moan No More
  • 01:02:22 – Day Like This
  • 01:05:24 – Broken Record
  • 01:09:57 – Cleaning Windows
  • 01:14:44 – St. Dominic’s Preview
  • 01:21:26 – Have I Told You Lately?
  • 01:26:29 – Help Me
  • 01:33:23 – Think Twice Before You Go-Boom Boom
  • Richard Dunn – Hammond Organ
  • Stuart McIlroy – Piano
  • Dave Keary – Guitars
  • Pete Hurley – Bass Guitar
  • Colin Griffin – Drums
  • Alan ‘Sticky’ Wichket – Percussion
  • Chris White – Sax
  • Matt Holland – Trumpet
  • Dana Masters – Backing Vocals

Bach – Pianoconcerten in A (BWV 1055), F Mineur (BWV 1056) en G Mineur (BWV 1058)

David Fray en de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen.

In January 2008 David Fray recorded a programme entirely devoted to Bach, comprising four concertos for keyboard and orchestra. For the public these concertos are among the most popular and stimulating of Bach’s works. For David Fray one of the major problems facing the contemporary performer of these works is that they have been “visited” by Glenn Gould. In other words, the objective is to find a way of playing Bach after Gould. By copying him? By standing resolutely apart? The film follows David Fray in his attempt to approach these beautiful works in a highly personal way. In the simplest manner, three situations provide the film‘s setting: David Fray at home working at the score on the piano, explaining the many options open to him, with many examples drawn from the three concertos selected. We then see David Fray rehearsing and recording with the Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, which he conducts from the piano. The film alternates rehearsal and recording sessions of the three concertos, movement by movement, intercut with short interviews. The programme focuses on the concerto in A and on the concertos in F minor and G minor.

Swing, Sing & Think: David Fray – Bach’s Keyboard Concertos
Swing, Sing & Think: David Fray – Bach’s Keyboard Concertos

Bach – Die Kunst der Fuge (BWV 1080)

Een fuga (van het Latijnse fugere, vluchten) is een muziekvorm waarin meerstemmigheid (contrapunt) en gevarieerde herhaling een hoofdrol spelen. Deze vorm ontwikkelde zich in de 18e eeuw uit verschillende soorten contrapuntische composities als de ricercares, capriccio’s, canzones, en fantasia’s.

Die Kunst der Fuge (BWV 1080) is een compositiecyclys van Johann Sebastian Bach, in eerste aanleg gecomponeerd omstreeks 1742 en enkele jaren daarna, met het oog op publicatie, uitgebreid en herzien en postuum uitgegeven in 1751. In deze publicatievorm betreft het een collectie van veertien fuga’s en vier canons.

De compositiecyclus biedt een staalkaart van mogelijkheden in het contrapunt. Elke fuga, door Bach met contrapunctus betiteld, is, afgezien van de onvoltooid overgeleverde laatste fuga, gebaseerd op een eenvoudig grondthema, dat in de eerste fuga meteen aan het begin wordt geïntroduceerd:

Die Kunst der Fuge grondthema
Die Kunst der Fuge grondthema

Bachs Kunst der Fuge is een monument. Zoals de titel al zegt, stelt Bach hier de fuga centraal. Een fuga is een muziekstuk van minimaal twee stemmen waarin de partijen elkaar imiteren. Bach gaf echter niet aan voor welke instrumenten hij de Kunst der Fuge componeerde.

Het imiteren van de partijen kan op veel verschillende manieren en precies dat laat Bach in deze compositie zien. Hij bouwt één enkel muzikaal thema uit tot een groots werk van meer dan een uur. Het thema wordt van alle kanten belicht, vergroot, verkleind, het staat achterstevoren en op zijn kop.

Die Kunst der Fuge onvoltooide Contrapunt 14 met aantekening van C.Ph.E. Bach
Die Kunst der Fuge onvoltooide Contrapunt 14 met aantekening van C.Ph.E. Bach
Die Kunst der Fuge met handtekening van J.S. Bach
Die Kunst der Fuge met handtekening van J.S. Bach
Die Kunst der Fuge eerste druk 1751
Die Kunst der Fuge eerste druk 1751

J. S. Bach Die Kunst der Fuge The Art of Fugue BWV 1080, piano Pierre-Laurent Aimard

  • 1. Contrapunctus 1 0:00
  • 2. Contrapunctus 2 3:01
  • 3. Contrapunctus 3 5:39
  • 4. Contrapunctus 4 8:50
  • 5. Contrapunctus 5 11:55
  • 6. Contrapunctus 6. a 4 in Stylo Francese 15:01
  • 7. Contrapunctus 7. a 4 per Augmentationem et Diminutionem 19:41
  • 8. Contrapunctus 8. a 3 23:50
  • 9. Contrapunctus 9. a 4 alla Duodecima 30:51
  • 10. Contrapunctus 10. a 4 alla Decima 33:09
  • 11. Contrapunctus 11. a 4 36:53
  • 12. Contrapunctus inversus 12.1 a 4 43:57
  • 13. Contrapunctus inversus 12.2 a 4 46:58
  • 14. Contrapunctus inversus 13.1 a 3 50:12
  • 15. Contrapunctus inversus 13.2 a 3 52:22
  • 16. 14. Canon alla Ottava 54:38
  • 17. 15. Canon alla Decima in Contrapunto alla Terza 56:58
  • 18. 16. Canon alla Duodecima in Contrapunto alla Quinta 1:01:14
  • 19. 17. Canon per augmentationem in Contrario Motu 1:03:13
  • 20. 18. Fuga a 3 Soggetti (Contrapunctus 14) 1:11:16

Molly Tuttle en Billy Strings

  • Molly Tuttle en Billy Strings – Sitting On Top Of The World.
  • Grey Fox Bluegrass Festival 2019, Oak Hill, New York.
  • Audio door Bill K.

Optreden (YouTube)

Molly Tuttle (geboren 14 januari 1993) is een Amerikaanse zangeres, songwriter, banjospeler en gitarist en docent in de bluegrass-traditie, bekend om haar flatpicking, clawhammer en crosspicking-gitaarvaardigheid. Ze heeft Laurie Lewis, Kathy Kallick en Hazel Dickens als voorbeelden. In 2017 was Tuttle de eerste vrouw die de Guitar Player of the Year-prijs van de International Bluegrass Music Association won. In 2018 won ze de prijs opnieuw en werd ze uitgeroepen tot Instrumentalist of the Year van de Americana Music Association.

Billy Strings is een Grammy Award-winnende Amerikaanse gitarist en een bluegrass-muzikant. Hij werd geboren als William Apostol op 3 oktober 1992 in Muir, Michigan. Zijn stiefvader, Terry Barber, komt uit de bluegrassscene in Michigan, hoewel hij daar nooit professioneel speelde. Barber had een grote invloed op zijn zoon en liet hem op jonge leeftijd kennismaken met traditionele bluegrass van Doc Watson, Del McCoury, David Grisman, Bill Monroe, John Hartford, Ralph Stanley, Earl Scruggs en Larry Sparks. Billy is ook een rock- en metalfan, beïnvloed door Jimi Hendrix, Johnny Winter, The Grateful Dead en Black Sabbath, en speelde in zijn tienerjaren in hardrock- en indierockbands. Apostol kreeg zijn bijnaam, Billy Strings, van zijn tante, die zijn bekwaamheid zag op meerdere traditionele bluegrass-instrumenten

Southside Johnny & The Asbury Jukes

Southside Johnny (SSJ), geboren John Lyon (Ocean Grove, op 4 december 1948) is een Amerikaans singer-songwriter. Hij is vooral bekend als frontman van Southside Johnny & the Asbury Jukes. Hij wordt de peetvader van de Jersey Shore sound genoemd, een mengeling van oude pre-Beatles rock-‘n-roll met pre-Motown rhythm-and-blues. Hij maakt deel uit van de groep muzikanten rondom Bruce Springsteen en Little Steven.

Southside Johnny & Little Steven (2017 live in Amsterdam)

  • Amsterdam, zaterdagavond 24 juni 2017 (Paradiso): Southside Johnny & The Asbury Jukes
  • Amsterdam, zondagavond 25 juni 2017 (Carre): Little Steven & The Deciples of Soul met special guest Southside Johnny
Southside Johnny & Little Steven (2017 live in Amsterdam)
Southside Johnny & Little Steven (2017 live in Amsterdam)

Aanvankelijk stonden Southside Johnny (SSJ) en Little Steven op dezelfde datum geprogrammeerd, alleen in twee verschillende zalen. Voor de fans van beide artiesten uit New Jersey traden Paradiso en Carré in overleg. Met als uitkomst dat ze twee avonden op rij konden genieten. Op de zaterdagavond 24 juni 2017 brandde ‘Southside’, zoals zijn fans hem altijd liefkozend noemen, Paradiso af, om op de zondag in Carré te schitteren aan de zijde van Stevie van Zandt, al jaren de rechterhand van plaatsgenoot Bruce Springsteen. Twee avonden feest!

Southside Johnny 24 juni 2017 (Paradiso)

Southside Johnny en Little Steven 25 juni 2017 (Carré)

Southside Johnny en Little Steven 25 juni 2017 (Carré)

Southside Johnny en Little Steven 25 juni 2017 (Carré)

Southside Johnny 24 juni 2017 (Paradiso) en Southside Johnny en Little Steven 25 juni 2017 (Carré)

Southside Johnny & The Asbury Jukes – Better Days (1991 album)

Op dit album uit 1991 zijn Southside Johnny (SSJ) en Little Steven weer eenmalig herenigd in de studio. Van Zandt schrijft maar liefst acht van de elf songs en produceert de plaat. Ook The Boss is van de partij. Niet alleen neemt hij de helft van de leadvocalen voor zijn rekening op It’s Been a Long Time, maar ook doneert hij All The Way Home waar hij tevens zijn stem aan leent plus een beetje keyboards.

Better Days
Better Days

De track I’ve Been Working Too Hard is een duet met Jon Bon Jovi, eveneens afkomstig uit New Jersey en naar eigen zeggen volkomen schatplichtig aan Southside Johnny. Better Days is misschien wel de beste van Southside Johnny.

Tracks

1 Coming Back
Backing Vocals – Little Steven
Written-By – Steven Van Zandt
3:59
2 All I Needed Was You
Backing Vocals – Little Steven
Written-By – Steven Van Zandt
5:06
3 It’s Been A Long Time
Backing Vocals – Bruce Springsteen, Charley Drayton, Steve Jordan
Second Lead Vocals – Steven Van Zandt
Written-By – Steven Van Zandt
5:31
4 Souls On Fire – Intro *
Written-By – John Lyon, Steven Van Zandt
1:04
5 Souls On Fire *
Backing Vocals – Jon Bon Jovi
Written-By – John Lyon, Steven Van Zandt
6:55
6 Better Days – Intro *
Written-By – Steven Van Zandt
0:58
7 Better Days *
Backing Vocals – Little Steven
Written-By – Steven Van Zandt
5:04
8 I’ve Been Working Too Hard *
Backing Vocals – Little Steven
Vocals – Jon Bon Jovi
Written-By – Steven Van Zandt
5:06
9 Ride The Night Away
Backing Vocals – Little Steven
Written-By – Steve Jordan, Steven Van Zandt
5:12
10 The Right To Walk Away
Backing Vocals – Flo & Eddie, Little Steven
Written-By – Dennis Loccoriere, John Lyon, Leroy Preston
4:45
11 All Night Long – Intro
Written-By – Bobby Bandiera, John Lyon
0:19
12 All Night Long
Backing Vocals – Bobby Bandiera
Written-By – Bobby Bandiera, John Lyon
5:25
13 All The Way Home *
Backing Vocals – Bruce Springsteen
Keyboards, Guitar – Bruce Springsteen
Written-By – Bruce Springsteen
3:54
14 Shake’em Down *
Backing Vocals – Little Steven
Written-By – Steven Van Zandt

*  Deze nummers van Better Days wordt gespeeld op een concert in 1992 in Duitsland bij Ohne Filter.

Graham Parker & The Rumour – Watch The Moon Come Down (2012)

3 december 2012, Studio A van WFUV Radio in New York City

Graham Parker (Londen, 18 november 1950) is een Britse singer-songwriter en muzikant.

Alhoewel Graham Parker al als jeugdige droomde van een carrière als rockmuzikant, moest hij zich na het behalen van zijn schooldiploma boven water houden met baantjes als pompbediende, vrachtwagenchauffeur en als arbeider in een rubberfabriek. Vanaf 1970 speelde hij in verschillende niet-succesvolle bands, die toerden van Spanje tot Marokko. In 1975 keerde Parker terug naar Londen, waar Dave Robinson, de baas van Stiff Records, hem de kans bood om enkele demo’s op te nemen. Bovendien stelde Robinson Parker voor aan de pas opgerichte band The Rumour, die was samengesteld uit Brinsley Schwarz (gitaar), Martin Belmont (gitaar), Andrew Bodnar (basgitaar), Bob Andrews (keyboards) en Stephen Goulding (drums). Ze zouden voortaan Parkers begeleidingsband vormen voor de komende vijf jaren als Graham Parker & the Rumour. Ze speelden een sobere en gitaarbetoonde bluesrock, die zich gelijktijdig sterk vermengde met soul en r&b. In het bijzonder Parkers ruwe stem verleende de songs hun heel bijzondere intensiteit. Deze muziek etaleerde vooral op het podium haar bijzondere uitwerking, zodat de band zich spoedig ontwikkelde tot een van de populairste live-bands in het Verenigd Koninkrijk.

In 1976 verscheen Parkers eerste lp Howlin’ Wind, die werd geproduceerd door Nick Lowe. Het album schokte zowel door de geroutineerde en toch losse speelwijze van The Rumour als ook door Parkers opwekkende songs. Zo rekende hij in Don’t Ask Me Questions af met de kerk, terwijl hij in Back to Schooldays de Britse maatschappij en hun leersysteem bekritiseerde. Pijn, bitterheid en angst trokken als een rode draad door de songs van de band. Howlin’ Wind en het navolgende album Heat Treatment (1976) werden ondanks lof en erkenning door de critici commerciële miskleunen. Pas de EP The Pink Parker (1977) leverde de band hun eerste chart-succes op. Op de weer door Nick Lowe geproduceerde lp Stick to Me (1977) verraste de band met royale arrangementen en brachten ze sterke reggae-elementen in hun muziek. In 1979 verscheen het album Squeezing Out Sparks, dat goed verkocht en door de critici als Parkers tot dan toe beste werk werd uitgeroepen. Ook het live-dubbelalbum Parkerilla (1978) en de lp The Up Escalator (1980) kwamen goed aan bij het publiek. Laatstgenoemde zou Parkers laatste samenwerking worden met zijn langjarige begeleidingsband The Rumour, waarvan hij in augustus 1980 afscheid nam.

De jaren 80 tot heden

Begin jaren 80 vestigde Parker zich in New York, waar hij het album Another Grey Area (1982) inspeelde, waarvoor hij echter voor de eerste keer slechte kritieken kreeg. Met The Real Macaw kon hij zich een jaar later bij de vakpers weer rehabiliteren. Op dit moment echter was Parkers commerciële afgang tot lieveling van de critici begonnen. Steady Nerves (1985) en Mona Lisa’s Sister (1988) werden zijn laatste platen, die zich konden plaatsen in de lp-charts. Parker raakte zijn platencontract kwijt en moest zijn veelgeroemde albums, waaronder het zacht folkige 12 Haunted Episodes (1995) bij kleinere labels uitbrengen. Zijn teleurstelling daarover verkondigde hij in 1996 op het album Acid Bubblegum met de song Sharpening Axes, waarop hij de regel “De menigte interesseert zich niet voor mij en ik interesseer me niet voor de menigte” zong. In 2007 verscheen de cd Don’t Tell Columbus en in maart 2010 werd Imaginary Television uitgebracht. In de film This is 40 (2012) had Parker een gastoptreden. Paul Rudd speelt in deze film de eigenaar van een platenlabel, dat kort voor een faillissement staat en zijn laatste hoop zet op Graham Parker.

Beste albums: Parkerilla (1978) en Squeezing Out Sparks (1979).