Gustav Mahler – Symphony No. 2 – Deel V – Koraal (koperblazers) (1894)

Gustav Mahler (1860-1911) heeft lang geworsteld met zijn Symphony No. 2. Aan het begin ervan ligt een aparte compositie, zijn symfonisch gedicht “Totenfeier” (1888), ten grondslag. Na ‘montage’ van deze aparte orkestcompositie in het compositieproject van zijn Tweede, werd het geheel pas in juni 1894 afgerond. Op 13 december 1894 vond in Berlijn de eerste uitvoering plaats. Een beroemd fragment is het koraal van de koperblazers

Gustav Mahler.
Gustav Mahler.

Brass chorale (koraal), Koninklijk Concertgebouworkest (KCO)/Royal Concertgebouw Orchestra (RCO), Dirigent/Conductor Daniele Gatti. Trombones: Bart Claessens, Nico Schippers, Martin Schippers en Raymond Munnecom, Tuba: Perry Hoogendijk, Trumpets: Omar Tomasoni, Jacco Groenendijk en Bert Langenkamp. Concertgebouw Amsterdam, 2016.

Voor het uitgebreide orkest (en koor) is het een enorme inspanning om Symfonie 2 uit te voeren. Toen Mahler het als dirigent zelf op de lessenaar had moet het tijdens de repetities een chaos geweest zijn. Mahler vergde het uiterste van zijn musici. Dit bracht uiteindelijk problemen met zich mee. Sommige musici pikten het niet om door een jood de les te worden gelezen. Inmiddels is Symfonie 2 een pronkstuk in de muziekliteratuur.

Symphony No. 2 uit 1894 is een voorbeeld van Mahler zijn worstelingen met het bestaan en het hoe en waarom. Het eerste deel van deze monumentale symfonie heeft veel weg van een treurmars. Alles verwijst naar het hiernamaals. Het werk heeft als ondertitel Wederopstanding. Zo beluisteren we flarden van het Dies Irae en gezangen die ons verwijzen naar het geloof. Het tweede deel, een menuet, laat ons even uitblazen. Mahler dwingt onze gedachten naar een dierbare overledene. Deel drie is een Scherzo. Mahler gebruikt hier een melodie van een ironisch lied uit Des Knaben Wunderhorn (bundel oud Duitse volksliederen). In het vierde deel Urlicht, eveneens uit Des Knaben Wunderhorn, zingt een vrouwenstem over de mens in nood, de gang naar de hemel en het eeuwige leven na de dood. Finale zoals Beethoven dat deed, met koor. Fanfare’s klinken. In het vijfde deel wederom het Dies Irae. Het einde der tijden wordt verklankt door ongelooflijk veel slagwerk en schetterend koper (ook vanachter het toneel), en aan het slot een orgel. Aangrijpend is het ‘Auferstehen’, gezongen door het koor. Symfonie 2 heeft als bijnaam de Auferstehungssymphonie (Verrijzing symfonie). Mahler zelf dirigeerde de premiere op 13 december 1895 in Berlijn.

Voetnoot