Vliegveld Schiphol

Vliegveld Schiphol.

De naam Schiphol komt al voor in een op 11 september 1447 gedateerde, perkamenten brief over grondoverdracht (vier maden lands, liggende in Aelsmerbanne in Sciphol).De exacte oorsprong van de naam staat niet vast, de deskundigen verschillen hierover van mening.

’t Schiphol bestond en bestaat uit de Kleine Poel, het Zwarte Pad, het Oeverlandenreservaat en het poldertje van Sloothaak met stadskwekerij. Het gebied behoort waterstaatkundig tot de Buitendijkse Buitenvelderse polder. Na de noordelijke grenssloot, het voormalige fort en het militaire vliegveld draagt nu de nationale luchthaven de naam van dit gebiedje aan de noordoostelijke grens van Aalsmeer: Schiphol. Die naam is dus in de loop der eeuwen enkele kilometers naar het westen verschoven.

In 1848 werd begonnen met het droogleggen van het Haarlemmermeer, in 1852 viel de polder droog. In de noordoostelijke hoek van de nieuwe polder werd ter verdediging het Fort aan het Schiphol gebouwd. Dit fort lag binnen de later aangelegde ring van forten die de Stelling van Amsterdam vormden.

In april 1916 werd door de minister van Oorlog goedkeuring verleend voor de aankoop van grond in de buurt van het Fort Schiphol om daar een militair vliegveld in te richten, vliegkamp Schiphol. In augustus van dat jaar was het terrein van 16,5 hectare geschikt gemaakt om als vliegveld te dienen en waren er vier houten loodsen geplaatst. Op 19 september landden drie vliegtuigen van de LVA op Schiphol, waarmee het vliegterrein in gebruik werd genomen. Het veld bleek al gauw te klein en gedurende de Eerste Wereldoorlog werden aanliggende percelen gevorderd. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was de oppervlakte van Schiphol toegenomen tot 76 hectare.

Toen de Eerste Wereldoorlog voorbij was, ging men al gauw post, vracht en zelfs passagiers vervoeren met afgedankte en enigszins verbouwde oorlogsvliegtuigen. Nederland wilde hier ook aan meedoen, en vooral door toedoen van luitenant-vlieger Albert Plesman werd in oktober 1919 de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën N.V. (later KLM) opgericht. Op 17 mei 1920 opende de KLM haar eerste lijndienst: de luchtlijn Amsterdam – Londen. Schiphol deed dienst als landingsplaats voor Amsterdam. Dat jaar waren er 440 passagiers.

Voetnoten