Rembrandt van Rijn – De Nachtwacht (1642)

De Nachtwacht, Schutterscompagnie van District II onder bevel van kapitein Frans Banninck Cocq van Rembrandt van Rijn, 1642

Foto Nachtwacht (in nieuw scherm)

Dit is de grootste en meest gedetailleerde foto die ooit van een kunstwerk is gemaakt. Het is 717 gigapixels of 717.000.000.000.000 pixels groot. De afstand tussen twee pixels is 5 micrometer (0,005 millimeter), wat betekent dat één pixel kleiner is dan een menselijke rode bloedcel. Het team gebruikte een 100-megapixel Hasselblad H6D 400 MS-camera om 8439 individuele foto’s van 5,5 cm x 4,1 cm te maken. Kunstmatige intelligentie werd gebruikt om deze kleinere foto’s aan elkaar te naaien om de uiteindelijke grote afbeelding te vormen, met een totale bestandsgrootte van 5,6 terabyte.

Rembrandt van Rijn, 15 juli 1606, Leiden – 4 oktober 1669, Amsterdam

Rembrandt van Rijn, zelfportret 1642.
Rembrandt van Rijn, zelfportret 1642.

In 1635 verlaat Rembrandt huize Uylenburg. Vanaf 1 mei 1635 huurt hij voor 600 gulden per jaar een voornaam huis aan de Nieuwe Doelenstraat, naast Willem Boreel, de pensionaris van Amsterdam. Nadat hij in 1635 voor zichzelf begonnen is, stopte Rembrandt bijna helemaal met het maken van portretten en begon hij aan een serie grote historiestukken.

In 1637 verhuizen Rembrandt en Saskia naar de Binnen-Amstel, naar een huis genaamd De Suijkerbackerij waar een banketbakkerij was. Thans is er de Stopera. Na een tijdlang in huurwoningen gewoond en gewerkt te hebben, koopt Rembrandt in 1639 voor 13000 gulden, een statig huis in wat toen de Breestraat heette, een straat met veel kunstenaars, aan het begin van de Joodse buurt. Dat huis, gebouwd in 1606, is nu Museum Het Rembrandthuis aan de Jodenbreestraat. Voor zijn nieuwe woning deed Rembrandt een aanbetaling van een vierde van de totale prijs. Voor het openstaande bedrag ging hij een hypotheek aan bij de verkopers van het pand, af te betalen over een periode van vijf à zes jaar. Financieel ging het hem voor de wind. In 1638 voerde Rembrandt een proces in Friesland tegen jaloerse praatjes verspreid door een verre verwant, die beweerd zou hebben dat Saskia met pronken en pralen de erfenis van haar ouders verkwistte. Tijdens dit proces, dat eindigde met een sisser, verklaarde Rembrandt dat “hij en zijn vrouw van geld en goederen buitensporig toebedeeld zijn”. In 1640 erfde Rembrandt 2490 gulden na het overlijden van zijn moeder.

Rembrandt was met een andere kunsthandelaar gaan samenwerken: Joannes de Renialme, die op de Kloveniersburgwal woonde. Rembrandt en zijn vrouw kampten met verschillende tegenslagen; driemaal moest vlak na de geboorte een kind worden begraven, maar in 1641 kregen ze een zoon die in leven bleef en die ze Titus noemden, naar Saskia’s zuster Titia.

In 1642 voltooide Rembrandt zijn grote groepsportret van leden van een Amsterdamse schutterscompagnie, dat later de naam Nachtwacht zou krijgen, waaraan hij enkele jaren had gewerkt. Door dit groepsportret op te zetten als een historiestuk met grote levendigheid en actie, betekende dit een revolutie in de formule van het groepsportret en werd het symbool bij uitstek van de Nederlandse Gouden Eeuw.

Een maand voor de aflevering van De Nachtwacht overleed Saskia, de vrouw van Rembrandt op 14 juni 1642. In 1635 had Saskia samen met Rembrandt een gezamenlijk testament laten opmaken , een toen gebruikelijke voorzorgmaatregel voor een eerste bevalling. Op 5 juni 1642 liet ze, ziek te bed liggende, een nieuw testament opmaken waarin ze haar zoon Titus tot universele erfgenaam maakte. Rembrandt mocht die erfenis voorlopig als voogd beheren en kreeg dus het vruchtgebruik en dit op voorwaarde dat hij niet hertrouwde. Als Rembrandt hertrouwde dan zouden Rembrandts erfrechten naar familie van Saskia gaan. Als Titus zou overlijden zonder nazaten dan zou zijn erfenis, ingeval van een nieuw huwelijk, naar de familie van Saskia gaan.

Voetnoten