Kunst

Godfried Bomans

Tijdens zijn verblijf op Schiermonnikoog, in november 1970, liet Godfried Bomans zich interviewen door de vlaming Jan van Rompaey. Een wonderlijke beschrijving van het leven op Schiermonnikoog was het gevolg. Weinigen hebben er weet van dat er zich nog spoken, heksen en andere eigenaardige schepselen bevinden op dit eiland. Hij zou er een boek over kunnen schrijven maar wie zou hem geloven? Bomans houdt van Schiermonnikoog maar zal toch altijd een Haarlemmer blijven, ondanks de bijzondere verschijnselen op dit eiland.

Godfried (Jan Arnold) Bomans (Den Haag, 2 maart 1913 – Bloemendaal, 22 december 1971) was een Nederlandse schrijver, columnist en mediapersoonlijkheid.

Bomans heeft meer dan 60 boeken en vele andere geschriften op zijn naam staan. Hij heeft tijdens zijn leven weinig officiële erkenning gekregen, in ieder geval niet in de vorm van een literaire prijs.

Bij het grote publiek werd hij vooral populair door zijn roman Erik of het klein insectenboek (tien drukken in het verschijningsjaar 1941) en na de Tweede Wereldoorlog met de strip Pa Pinkelman in de Volkskrant en weer wat later met zijn columns op de voorpagina van die krant, zijn stukken in Elsevier en zijn radio- en tv-optredens. In oktober 2000 schonk de weduwe van Godfried Bomans zijn archief aan het Nederlands Letterkundig Museum.

Bomans was een groot kenner van het werk van Charles Dickens. Hij speelde een belangrijke rol bij het tot stand komen van de vertaling in het Nederlands van het complete werk van Dickens, die in de jaren vijftig van de twintigste eeuw in pocketformaat door Uitgeverij Het Spectrum werd uitgegeven. De langverwachte biografie van Dickens heeft hij echter nooit geschreven.

Hij was was een zoon van Johannes Bernardus Bomans (1885-1941) en Arnoldina Josephina Oswalda Reynart (1883-1955) en werd vernoemd naar zijn peetoom Godefridus (Frits) Keunen (1853-1914), die getrouwd was met een halfzuster van Bomans’ moeder. In latere verhalen komt regelmatig een oom Frits voor. Godfrieds grootvader van vaders kant, Johannes Michiel Bomans (1850-1909), is directeur van het Haarlems Dagblad geweest.

In 1913 begon zijn vader een advocatenpraktijk in Haarlem waarheen de familie verhuisde; Godfried was nog maar een paar maanden oud. Hij heeft zich zijn leven lang Haarlemmer gevoeld. Zijn vader werd voor de Roomsch-Katholieke Staatspartij gekozen tot lid van de Tweede Kamer, wat hij tot 1929 bleef. Bomans sr. was ook, tot zijn onverwachte overlijden in 1941, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland en zelfs in 1940 enkele maanden plaatsvervangend commissaris van de koningin voor deze provincie, ook ten tijde van de Duitse inval. Vader Bomans, sinds 1933 woonachtig op het landgoed Berkenrode in Heemstede, publiceerde onder andere een geruchtmakende serie historische romans, de Donald-cyclus, onder het pseudoniem J.B. van Rode.

Reeds als middelbare scholier had Bomans literaire belangstelling; zo was hij redacteur van schoolkranten en publiceerde hij korte verhalen, ook in literaire tijdschriften en studentenbladen.

In 1926 ging Bomans naar het Triniteitslyceum in Overveen en van 1933 tot 1939 studeerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Hij behaalde er zijn kandidaatsexamen Rechten in 1936. Van 1938 tot 1939 was Bomans redacteur van het studentenweekblad Propria Cures. In 1939 vertrok hij plotseling naar Nijmegen, waar hij zich inschreef als student Wijsbegeerte. Hij werd er actief lid van het culturele Corpsdispuut ter Sociëteit De Gong. In 1941 verloofde Godfried zich met Gertrud Maria (‘Pietsie’) Verscheure.

Bomans debuteerde in 1932, onder het pseudoniem Bernard Majorick, met Drijfjacht en Gebed voor Nederland. In datzelfde jaar schreef hij ook het historische toneelstuk Bloed en liefde, waarin zijn karakteristieke humor al duidelijk herkenbaar is.

De eerste druk van Pieter Bas verscheen in december 1936, met tekeningen van zijn jeugdvriend Harry Prenen die ook latere boeken van Bomans zou illustreren. Met Prenen richtte hij in hetzelfde jaar de “Rijnlandsche Academie” op, een pseudogewichtig genootschap waarmee zij de aangekondigde demping van de Haarlemse Bakenessergracht wilden voorkomen. Zij slaagden overigens in hun opzet. De Rijnlandsche Academie werd daarna vooral in een uitvoerige, maar helaas nooit gepubliceerde correspondentie voortgezet.

Eind 1939 schreef hij, nog steeds in Nijmegen, zijn bekendste werk: Erik of het klein insectenboek dat in december 1940 werd uitgegeven bij Het Spectrum.

In 1941 was hij voor het eerst officieel Sinterklaas, in Nijmegen. Ook later zou hij bij intochten op tv in die rol optreden. In 1943 gaf hij zijn studie op en verhuisde terug naar Haarlem. Tijdens de oorlog bood Bomans onderdak aan Joodse onderduikers. Zo zat de Joodse muzikant Hans Lichtenstein bij hem ondergedoken. Bomans ontving postuum van het Israëlische holocaustcentrum de eretitel Rechtvaardige onder de Volkeren.

Op 14 april 1944 trouwde hij in Nijmegen met Pietsie Verscheure. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren, Eva, in 1960. Tegen het eind van de oorlog dook hij onder in Aerdenhout en het Verscholen Dorp (een schuilplaats voor onderduikers in de bossen in het zuiden van de gemeente Nunspeet), toen er razzia’s werden gehouden voor gedwongen tewerkstelling in nazi-Duitsland. Het kerkelijk huwelijk vond pas na de oorlog plaats, op 17 augustus 1945.

Bomans had twaalf jaar (van 1940 tot 1952) nodig om de Pickwick Papers van Dickens te vertalen. Na de Tweede Wereldoorlog was er veel werk voor Bomans. Hij werd aangesteld als kunstredacteur van de Volkskrant (tot 1946) en redacteur bij Elseviers Weekblad (tot 1949). Zijn strip Pa Pinkelman en Tante Pollewop, vanaf november 1945 in de Volkskrant, met tekeningen van Carol Voges, is een begrip geworden. De strip werd in 1976 door de KRO voor televisie bewerkt, met Ton van Duinhoven in de rol van Pa Pinkelman en Maya Bouma als Tante Pollewop.

In 1956 richtte hij de Haarlem Branch van de Dickens Fellowship op, die hij de eerste jaren als president zou voorzitten.

Godfried Bomans
Godfried Bomans

Landelijke bekendheid kreeg Bomans opnieuw door optredens in radio- en televisieprogramma’s, zoals Kopstukken en Bomans in triplo, waarin Bomans vraaggesprekken voert met zijn eigen broer en zus, die beiden een groot deel van hun leven in een klooster hebben doorgebracht. Hij werd een mediapersoonlijkheid, voor die tijd een nieuw fenomeen. Uitzendingen zoals Bomans in Vlaanderen en Bomans in Israël vestigden de aandacht even sterk op hemzelf als op zijn onderwerpen.

In 1971 verbleef Bomans, op uitnodiging van VARA en AVRO, een week alleen op het onbewoonde waddeneiland Rottumerplaat. Hij maakte er dagelijkse radioverslagen, getiteld Alleen op een eiland, over zijn ervaringen met Willem Ruis als zijn gesprekspartner in Warffum. Deze radioverslagen zijn als luisterboek in 2006 op 6 cd’s verschenen. Het primitieve verblijf lag hem niet; vrijwel zeker heeft het hem een terugslag bezorgd in zijn gezondheid.

Godfried Bomans stierf op 22 december 1971 op 58-jarige leeftijd aan een hartaanval en werd op de dag voor Kerstmis begraven op het Sint Adelbertskerkhof in Bloemendaal.

Bomans’ werk is moeilijk onder één noemer te brengen, maar hij was zeker een groot stilist. Het werk heeft als kenmerk wendbaarheid, een groot gevoel voor humor en een onverslijtbare ironie. Bomans kon zowel zeer ernstig als zeer lichtvoetig schrijven.

Tussen links Nederland en Bomans ontstond op 18 juni 1966 een diepe kloof toen Bomans in een column in de Volkskrant onder de titel “De Raddraaiers” het vernielen van de kantoren van het dagblad De Telegraaf veroordeelde (de Telegraafrellen). Boze bouwvakkers waren hiertoe in een pamflet opgeroepen en Bomans heeft de anonieme schrijvers van het pamflet de “hoofdschuldigen” genoemd. Toen vier leden van de maoïstische Rode Jeugd werden gearresteerd keerde heel links Nederland, aangevoerd door Harry Mulisch, zich tegen de “verrader” Bomans.

In 1960 werden in Leiden (in de Breestraat nr. 37) en in 1964 in Gouda (op de Hoge Gouwe 21) gevelstenen onthuld ter herinnering aan het gedenkwaardige verblijf van Pieter Bas in die plaatsen. Beide werden onthuld door Bomans zelf, met passende toespraken.

In 1972 werd het Godfried Bomans Genootschap opgericht. In Thijsse’s Hof te Bloemendaal staat het beeld Erik op de vlinder, in 1977 gemaakt door Mari Andriessen. Sinds 1982 staat in de Wijngaardtuin, in het centrum van Haarlem, een bronzen beeldje van Bomans, van beeldhouwer Wim Jonker. Bomans’ boek Erik of het klein insectenboek werd in 2004 verfilmd door Gidi van Liempd.

Literaire prijzen heeft Bomans nooit ontvangen, maar dat wil niet zeggen dat hij nooit is onderscheiden. In 1987 werd hem, postuum, de Israëlische Jad Wasjem-onderscheiding toegekend voor zijn hulp aan joodse onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 2004 eindigde Bomans als nr. 48 in de verkiezing van de Grootste Nederlander.

Van 19 juni tot en met 5 september 2010 was in Museum De Hallen een tentoonstelling te zien over het leven en werk van Bomans als schrijver, componist en tv-persoonlijkheid. Er werden originele boekillustraties getoond, samen met werk van Bomans’ kunstenaarsvrienden zoals Kees Verwey en Mari Andriessen.

Op 2 maart 2013, zijn honderdste geboortedag, werd op de locatie van zijn geboortehuis aan de Bierkade 2a in Den Haag door burgemeester Jozias van Aartsen een bescheiden plaquette onthuld.

Op 15 november 2013 was het jaarlijks symposium van de Jan Campert-Stichting gewijd aan Godfried Bomans en Simon Carmiggelt. Thomas van den Bergh, Henk van Gelder, Jean-Pierre Geelen, Jos Joosten, Kees van Kooten, Jan de Roder en Gé Vaartjes hielden in het Letterkundig Museum voordrachten onder de noemer Bomans en Carmiggelt: twee lichte letterheren.

Bibliografie
1936 – Pieter Bas, Memoires of Gedenkschriften van Mr. P. Bas
1937 – Bloed en liefde
1938 – Het Doosje, novelle
1939 – Een eeuw achter
1939 – De huis-tyran
1941 – Erik of het klein insectenboek
1941 – De drie koningen
1942 – De nieuwe Kerststal van de pastoor
1943 – Het ontbijt van koning Habbeba
1944 – Sint Jeanne d’Arc
1945 – Het duel
1946 – De avonturen van Pa Pinkelman
1946 – Moeder de gans
1946 – Sprookjes
1947 – Kopstukken
1948 – Avonturen van Tante Pollewop
1948 – De avonturen van Bill Clifford
1948 – Buitelingen. Aforismen, buitelingen en capriolen
1948 – Onstuimige verhalen
1949 – Wonderlijke nachten
1950 – Een halve eeuw Trappistenleven
1951 – Er dreigt een ramp! zegt Godfried Bomans
1952 – Pa Pinkelman in de politiek
1952 – De onsterfelijke Pa Pinkelman
1953 – Capriolen. Een tweede bundel buitelingen
1953 – De verliefde zebra
1953 – Jan de zebra
1953 – De ontevreden vis
1953 – Het luie jongetje
1953 – De ijdele engel
1954 – Het locomotiefje
1955 – Pinkelman omnibus
1955 – Nieuwe buitelingen. Facetten en aspecten
1956 – Wandelingen door Rome
1957 – Op het vinkentouw
1958 – Het Zondagskind
1959 – Jaarzang aan de Broederschap (Trou Moet Blycken)
1961 – Noten kraken
1962 – Omnibus
1962 – SITAS taalcursussen in Duits, Engels, Frans, Italiaans, Nederlands en Spaans
1963 – Op de keper beschouwd
1963 – Sprookjes kalenderboek
1965 – Sprookjesboek
1965 – Van de hak op de tak
1966 – 1968 Pim, Frits en Ida (8 delen)
1966 – Denkend aan Vlaanderen
1967 – Juffrouw Langneus
1967 – Het verdwaalde eendje
1968 – Bontje en haar poesje
1968 – Bontje en haar pop
1968 – Bontje en haar toverschoentjes
1968 – Bontje heeft het druk
1968 – Juffrouw Piep
1968 – Het lelijke jonge eendje
1968 – Mijmeringen
1969 – Van hetzelfde
1969 – In de kou in samenwerking met Michel van der Plas
1970 – Oude en nieuwe buitelingen
1970 – Beminde gelovigen
1970 – Van dichtbij gezien. Rome, Jeruzalem, Maastricht, Zundert
1971 – De man met de witte das. Spelen in de zandbak van de Nederlandse politiek
1971 – Korte berichten
1971 – Een Hollander ontdekt Vlaanderen
1972 – Dickens, waar zijn uw spoken?
1972 – Op reis door de wereld en op Rottumerplaat
1972 – Gesprekken met bekende Nederlanders
1977 – Aforismen
1978 – Zout(e) nostalgie
1979 – Bloed en Liefde en ander toneelwerk
1981 – De glimlach die blijft
1984 – Open brief aan Het Venster
1984 – Brief aan Opland (oplage 20 ex.)
1986 – De ontdekking
1987 – Enige richtlijnen voor bisschoppen
1988 – Aantekeningen over onszelf
1989 – Merkwaardigheden rond de Camera Obscura
1989 – Cursiefjes
1990 – De ontluikende liefde tussen Pa Pinkelman en Tante Pollewop
1991 – Brieven van Bomans
1994 – Gedachten achter een bord spaghetti
1996 -1999 Werken I t/m VII
1996 – 2003 Supplementen op de Werken I t/m VII
1996 – De Dijk. Een onbekend handschrift van Godfried Bomans
1997 – De muziekstukken
1999 – Beste Godfried, beste Simon
1999 – De rijke bramenplukker
2004 – Goede bekenden van Bomans
2011 – Genieten in een gekkenhuis
2012 – Feestelijkheden te Hengelo
2013 – ‘s-Gravenhage / Het hart van Holland
2014 – Beroemd gekend gevierd
2015 – Bomans in pyjama
2018 – De Honderdjarige
2019 – De Brandmeester
 
Toneel
1931 – Bloed en liefde (uitgegeven in 1937)
1934 – Kroketten (revue t.g.v. inauguratiebal)
1939 – Een eeuw achter (spel in twee bedrijven)
1939 – De huis-tiran (klucht in twee bedrijven)
1941 – Koning Smulpaap (toneelstuk in vier bedrijven)
1941 – De drie Koningen (spel)
1943 – Het ontbijt van koning Habbeba (sprookjesspel)
1944 – De nieuwe kerststal van den pastoor (spel in één bedrijf)
1944 – Sint Jeanne d’Arc (spel in één bedrijf)
1964 – Bill Clifford (boek bewerkt tot een komische opera op muziek van Jan Mul)
1979 – Bloed en liefde (en ander toneelwerk)
 
Dagboeken
1988 – Dagboek van Rottumerplaat
1993 – Dagboek van een gymnasiast (vroege jeugdherinneringen)
 
Essays
1946 – Moeder de gans
1952 – Meesters van de spotprent
1970 – De tijd van Dickens
1972 – Gesprekken met bekende Nederlanders
1973 – Mijmeren met Bomans
1975 – Een verdwenen facet van Haarlem
1984 – Allerlei van en over de Camera Obscura
1994 – Piet Paaltjens of Het drama te Foudgum
 
Discografie
1954 – Poëzie in beweging (grammofoonplaat)
1957 – Bomans, Godfried – 10″LP – PHILIPS – P 13034 R
1960 – Stemmen van schrijvers: Godfried Bomans, Bertus Aafjes (grammofoonplaat)
1963 – Draaitafelen met Bomans (Anjerloterij EP) – Anjerfonds VR 021
1963 – Oliver! (grammofoonplaat)
1967 – Godfried leest Bomans (grammofoonplaat)
1969 – Jongelief/Nacht (grammofoonplaat)
1972 – Bomans in triplo – 12″LP – PHILIPS 6440 008
1972 – Een hollander ontdekt Vlaanderen – 12″lp – PHILIPS 6451 013
1972 – Verhalen door Godfried Bomans – 12″lp – PHILIPS 6440 082
1972 – De droomwereld van Godfried Bomans (grammofoonplaat)
1975 – Ernst en humor in mijmeringen van Godfried Bomans – 2LP – PHILIPS 6677 030
1975 / 1976 / 1977 – Godfried Bomans – De Kopstukken delen 1, 2 en 3 
1975 – Bomans met een glimlach
1976 – Bomans met een glimlach 2
1977 – Bomans met een glimlach 3
1978 – Bomans was de naam – 4LP box PHILIPS 6641 852
1988 – Protestant, Godfried Bomans, op cd We blijven lachen : deel 2, CNR QS 900.003-2
1988 – Wim Sonneveld interviewt Godfried Bomans op cd We blijven lachen: deel 3, Quintessence QS 900.004-2
1996 – Godfried Bomans – De Kopstukken, dubbel-cd, EMI 7243 8 54871 2 5 (heruitgave van de drie gelijknamige delen die eerder op grammofoonplaat werden uitgebracht)
2006 – Bomans was de naam, luisterboek op 4 cd’s, Rubinstein, ISBN 9054443529
2006 – Godfried Bomans. De humor & ernst, luisterboek op 3 cd’s, Rubinstein, ISBN 9054445424
2006 – Alleen op een eiland : dagboek van een eilandbewoner, Godfried Bomans, Jan Wolkers, Willem Ruis (radioprogramma van Gé Gouwswaard op 6 cd’s, oorspronkelijk uitgezonden door de VARA en AVRO-radio in 1971) Rubinstein
2010 – Het Godfried Bomans Luisterboek, 6 cd’s, Rubinstein, ISBN 9789047606024
2011 – Godfried Bomans over Het geloof in Sinterklaas, luisterboek op 1 cd, Rubinstein, ISBN 978-9-047-61180-6
2012 – De humor van Godfried Bomans & Simon Carmiggelt, 2 cd luisterboek, Rubinstein, ISBN 978-9-047-61239-1
2013 – Bomans aan boord, luisterboek, Rubinstein, ISBN 978-9-047-613596

Jugendstil

De jugendstil of art nouveau (art-nouveau geschreven in samenstellingen) is een kunststroming die tussen 1890 en 1914 op verschillende plaatsen in Europa populair was, voornamelijk als reactie op het vormvervagende impressionisme. De jugendstil manifesteerde zich vooral in gebruiksvoorwerpen (glaskunst, boeken, plateel, sieraden, meubels etc.), de architectuur en de schilderkunst. De stroming kende een korte maar hevige bloeitijd, die zich voornamelijk uitbreidde tijdens de belle époque. In West-Europa was de stijl ruim voor 1910 al verleden tijd, in het oosten kon hij wat langer voortbestaan.

Jugendstil
Jugendstil

De aanduiding ‘jugendstil’ gaat terug op de naam van het weekblad Die Jugend dat vanaf januari 1896 in München verscheen. Voor verwante stromingen die elders in Europa tot bloei kwamen zijn ook andere termen in gebruik, waarvan er een, art nouveau, evenals ‘jugendstil’ een overkoepelende term is geworden. Art nouveau blijft in het algemeen voorbehouden aan België en Frankrijk, terwijl jugendstil wordt gekoppeld aan Oostenrijk en Duitsland. In het Nederlands zijn beide aanduidingen in gebruik, waarbij de Franse aanduiding art nouveau ook in de vertaling nieuwe kunst wordt gebruikt voor de uitingsvormen van de stijl in Nederland zelf. Daarnaast wordt in spottende zin gesproken van slaolie-, spaghetti- of vermicellistijl. Benamingen voor andere lokale varianten zijn de Oostenrijkse Secession, gebruikelijk in een groot deel van Oost-Europa, de Engelse modern style of Liberty style, het Catalaanse modernisme en de Russische stil modern.

Jugendstil
Jugendstil

Het jugendstilornament is samengesteld uit motieven die gewoonlijk asymmetrische composities vormen met een tweedimensionaal karakter, zoals men dit ziet op meubels, sieraden, lampen, bedrukte stoffen enz. De belangrijkste inspiratiebron van deze kunststroming is de natuur. De motieven zijn vaak langstelige, gracieus gestileerde planten en bloemen (lelies, kelken, irissen, papavers, rozenknop), vogels (zwanen, pauwen), libellen, de eivorm, wolken- water- en rotspartijen, vaak gecombineerd met slanke vrouwengestalten.

Jugendstil
Jugendstil

De bewogen lijnen waren een middel om emoties uit te drukken. Deze vormen zijn ook te zien bij de boekdrukkunst en bij decoratieve vormen van bijvoorbeeld trapleuningen, balkons en gevels. IJzer was namelijk geschikt om verwerkt te worden tot sierlijke gebogen vormen. Dat het in zoveel kunstvormen werd toegepast, kwam doordat het heel gebruikelijk was dat een architect ook meubels, zilver, glaswerken, wandversieringen en affiches ontwierp. De jugendstilkenmerken kwamen het meest tot uiting in de grafische kunst, waar de lijn het belangrijkste element is. De illustraties en de letters werden als één geheel ontworpen. Zo ontstond een combinatie van beeld en tekst.

Jugendstil
Jugendstil

Jugendstilproducten hebben ook vaak Japanse kenmerken zoals lege ruimten en de waaiervorm. Dat kunstenaars met de Japanse kunst in aanraking kwamen, kwam onder meer door de invloedrijke kunsthandelaar Siegfried Bing. Hij was erg onder de indruk van de Japanse cultuur die vanaf 1854 op de Europese en Amerikaanse markt kwam. Bing specialiseerde zich in deze kunst en had veel Japanse kunst in zijn Parijse galerie L’Art Nouveau, waaraan de stroming haar Franse naam ontleent.

De letters werden in de jugendstilperiode zo min mogelijk geassocieerd met de drukkunst en de mechanische productie. In één tekst kon men meerdere letterhoogten aantreffen doordat enkele of meerdere letters vergroot of verkleind werden.

Gewijzigde sociale en economische omstandigheden en de toepassing van nieuwe materialen zoals beton, brachten na de Eerste Wereldoorlog het einde van de jugendstil. In het midden van de jaren zestig van de twintigste eeuw beleefde de jugendstil, vooral in ontwerpen voor affiches en textiel, een nieuwe bloei. De lettervormen, vooral de initialen uit de jugendstil- of art-nouveauperiode, inspireren nog steeds veel kalligrafen.

De Sezessionstil

De architect Otto Wagner (1841-1918) is hiervan de bekendste. De schilder Gustav Klimt (1862-1918) richtte de Sezessiongroep op, samen met Josef Hoffmann (1870-1956) en Joseph Maria Olbrich (1867-1908). Het was een progressieve kunstenaarsvereniging. Joseph Olbrich ontwierp in 1897 het tentoonstellingsgebouw in Wenen en het affiche van de eerste tentoonstelling van het gezelschap. In Josef Hoffmans gestileerde bloemen is duidelijk de stijl van Mackintosh te zien. Hij maakte strakke, elegante ontwerpen. Olbrich vertrok naar Duitsland en behoort óók tot de kunstenaars van de Duitse jugendstil. In Duitsland had hij de leiding over de bouw van het kunstenaarsdorpje Darmstadt. Hij had de supervisie over de opzet en uitvoering van het atelier- en tentoonstellingsgebouw én de zeven huizen voor kunstenaarsbewoning. Hij ontwierp zelf zes huizen en het atelier- en tentoonstellingsgebouw. In de interieurs valt vooral het mozaïekachtige kleurgebruik op.

Karlsplatz
Karlsplatz

Het laatste avondmaal

Het Laatste Avondmaal
Het Laatste Avondmaal

Fresco van Het Laatste Avondmaal, Santa Maria delle Grazie, Milaan, 460 × 880 cm

Het Laatste Avondmaal was volgens het Nieuwe Testament de maaltijd die Jezus op de avond voor zijn dood en herrijzenis (ca. 30 n.Chr.) met zijn apostelen had, als onderdeel van het joodse Pesach. Het woord ‘laatste’ slaat hier dus op de laatste maaltijd van Jezus voor zijn kruisiging. Tijdens deze maaltijd voorspelde Jezus dat een van zijn discipelen hem zou uitleveren en stelde hij het Heilig Avondmaal in. Aan het einde voorspelde hij de verloochening van Petrus.

Leonardo da Vinci (Anchiano (Vinci), 15 april 1452 – Amboise, 2 mei 1519) was een architect, uitvinder, ingenieur, filosoof, natuurkundige, scheikundige, anatomist, beeldhouwer, schrijver en schilder uit de Florentijnse Republiek, tijdens de Italiaanse renaissance. Hij wordt gezien als het schoolvoorbeeld van het renaissance-ideaal van de homo universalis en als genie.

Leonardo gold met al zijn talenten, die men tijdens zijn leven al erkende, in zijn tijd als een controversieel persoon. Onder andere vanwege zijn artistieke kwaliteiten kreeg hij diverse opdrachten van de Kerk voor het vervaardigen van religieuze kunst. Het schilderwerk “Het Laatste Avondmaal” is hier een beroemd voorbeeld van. Leonardo stond zijn gehele werkzame leven onder bescherming van invloedrijke personen, een tijdlang zelfs onder die van de paus zelf. Hoewel de kerk zich al minder rigide betoonde dan voorheen (anatomisch onderzoek werd op kleine schaal toegestaan), was er toch geen sprake van verlichting, getuige het proces tegen Galileo Galilei ruim een eeuw na Leonardo da Vinci’s dood.

Leonardo heeft ook een aanvaring gehad met de paus. Op een manuscriptvel noteerde hij dat de paus, aan wiens hof hij resideerde, hem betrapt had op anatomisch onderzoek op menselijke lijken. Ook is in een van zijn notities de opmerking “De zon staat stil” te vinden, volgens sommigen een verwijzing naar een heliocentrische kijk die tegen de toen geldende dogma’s inging.

Kijken op gevoel

Op haar kenmerkende, associatieve en nieuwsgierige wijze neemt Wieteke van Zeil de kijker mee op een reis langs kunstwerken over woede, verlangen, eenzaamheid, weerzin, vreugde en wanhoop.

Kijken op gevoel
Kijken op gevoel

Vicky Cristina Barcelona

Vicky Cristina Barcelona
Vicky Cristina Barcelona

Vicky Cristina Barcelona is een Amerikaanse romantische komedie uit 2008 geschreven en geregisseerd door Woody Allen.

 

Actrice Penélope Cruz won een Oscar voor haar bijrol als de extreme Maria Elena. Daarnaast kreeg de productie meer dan dertig andere filmprijzen toegekend, waaronder een Golden Globe voor beste ‘komedie of musical’, Independent Spirit Awards voor zowel het script als Cruz en ook zowel een BAFTA Award als een Goya voor Cruz. Een verteller (Christopher Evan Welch) praat de diverse scènes aan elkaar.

 

Vicky (Rebecca Hall) en Cristina (Scarlett Johansson) zijn hartsvriendinnen, maar karaktertechnisch elkaars volstrekte tegenpolen. Ze reizen samen naar Barcelona om er de zomer door te brengen. Vicky houdt van zekerheid en wil er ter plekke haar masterstudie ‘Catalaans leven’ afmaken voor ze met haar verloofde Doug (Chris Messina) trouwt. Cristina weet nog niet wat ze met haar leven wil en houdt van spontane opwellingen en passievolle liefde zonder vooruit te kijken. Zij vindt vooral de verandering van omgeving leuk en is geïnteresseerd in de plaatselijke cultuur. Ze zijn samen naar Spanje gekomen op uitnodiging en als gasten van het al een tijd getrouwde echtpaar Mark (Kevin Dunn) en Judy Nash (Patricia Clarkson).

 

Wanneer Vicky en Cristina ergens samen aan een tafeltje zitten, worden ze aangesproken door de bohemiene schilder Juan Antonio Gonzalo (Javier Bardem). Hij doet ze direct een ongewoon voorstel. Hij wil dat beide meisjes één uur later met hem meegaan naar Oviedo om er samen te genieten van de plaatselijke cultuur, lekker te eten én samen het bed te delen. Vicky piekert er niet over en laat daar geen onduidelijkheid over bestaan. Cristina is wél in voor een avontuur en haalt haar vriendin over om mee te gaan. Die geeft toe, maar gaat mee voor de cultuur en het eten, niet voor seks. Zodoende gaat Vicky ’s avonds naar haar hotelkamer en Cristina naar die van Gonzalo. Voor er iets gebeurt, krijgt ze last van haar maagzweer en is ze gedwongen enkele dagen in bed uit te zieken.

 

Met Cristina ziek in bed, brengen Vicky en Gonzalo de rest van het weekend samen door. Hij laat haar de bezienswaardigheden van Oviedo zien, ze voeren filosofische gesprekken over leven en liefde en hij stelt haar voor aan zijn vader. Ze groeien steeds meer naar elkaar toe en op de laatste dag van het weekend gaat Vicky met een wijntje op naar bed met Gonzalo. Ze zwijgen hier allebei over tegen Cristina en gaan met zijn drieën terug naar Barcelona.

Twee weken later komt Doug naar Barcelona om in het geheim eerder dan gepland met Vicky te trouwen in Spanje. De ‘échte’ bruiloft doen ze in de Verenigde Staten nog wel een keer over, maar dit lijkt hem een mooi romantisch verhaal om te kunnen vertellen aan zijn zakenrelaties. Gonzalo laat Vicky met rust en blijft afspreken met Cristina. De twee krijgen een relatie en na verloop van tijd trekt zij bij hem in. Ze gaat zich helemaal op haar plaats voelen in zijn levensstijl.

 

Dan wordt hij opgebeld met de mededeling dat zijn ex-vrouw Maria Elena (Penélope Cruz) een zelfmoordpoging heeft gedaan. Hij vertrekt en komt even later terug met Maria Elena en deelt mee dat zij een tijd blijft logeren in het gastenverblijf. De Spaanse ziet de nieuwe vriendin van haar ex-man in het begin helemaal niet zitten, maar ontdooit langzaam voor haar. Het huwelijk tussen Gonzalo en Maria Elena liep stuk vanwege hun slaande ruzies, maar met Cristina erbij kan iedereen prima met elkaar overweg. Er ontstaat zodoende een driehoeksverhouding tussen zowel Gonzalo en beide vrouwen als tussen de vrouwen onderling. Ondertussen krijgt de inmiddels getrouwde Vicky Gonzalo ook niet meer uit haar hoofd.

Vicky Cristina Barcelona
Vicky Cristina Barcelona

Ballets Russes

Ballets Russes
Ballets Russes

In de eerste decennia van de 20e eeuw maakten de Ballets Russes van het ballet een moderne kunstvorm. Impresario Sergej Djagilev toerde met dit gezelschap door Europa. Vooral het werk van choreograaf Michel Fokine legde de basis voor het modern ballet. Hij kwam in opstand tegen de conventies en gebruikte klassieke passen om nieuwe ideeën uit te drukken. Voorts vulde hij de academische techniek aan met vormen afgeleid van oosterse en moderne dans. Fokine hechtte tevens belang aan de eenheid van dramatische actie. Dit gaf aanleiding tot kortere balletten met een enkele handeling. Ook Vaslav Nijinsky, Bronislava Nijinska, Léonide Massine en George Balanchine zetten de klassieke dans naar hun hand.

 

Onder invloed van de Ballets Russes verminderde het gebruik van mime. De expressieve kracht van beweging verving conventionele gebaren. Ballet werd ook minder gestileerd en zweverig. Zo introduceerden Polovetzer dansen (1909) en Sjeherazade (1910) openlijke seksualiteit en gewelddaden. Een andere innovatie was de definitief hernieuwde aandacht voor mannelijke dansers. Met Le spectre de la rose (1911) creëerde Fokine zelfs een androgyne rol. De danser in deze pas de deux heeft een variatie of danssolo, voordien enkel toegekend aan ballerina’s. Bovendien vraagt zijn choreografie een traditioneel vrouwelijk armgebruik (port de bras). Vanaf Les Sylphides (1909) werd het corps de ballet een artistiek medium op zichzelf, los van de functie als achtergrond voor de voornaamste dansers.

 

Kunstenaars Alexandre Benois en Léon Bakst moderniseerden met hun bijdragen het kostuum- en decorontwerp. Ze gebruikten felle kleuren, tegen het roze en de pasteltinten van klassiek ballet in. Met realistische decors gaven ze nauwkeurig de historische context van de verhalen weer. Daarnaast getuigden enkele stukken van exotisme. Een duidelijk voorbeeld is Le dieu bleu (1912). Later gebruikten de Ballets Russes ontwerpen van kunstschilders zoals Natalja Gontsjarova en Pablo Picasso. Het realisme maakte dan plaats voor invloeden uit het kubisme, primitivisme en de art nouveau.

 

Ook de muziek uit deze periode was vernieuwend. Igor Stravinsky schreef een aantal composities die het publiek zelfs los van de actie waardeerde. De vuurvogel (1910) en Le Sacre du printemps (1913) behoren tot zijn populairste werken. Léonide Massine verschoof de aandacht van plot naar muziek met zijn symfonisch ballet Choreartium (1933). Hij zocht de grens van theater en moderne dans op.

Angkor Wat

Angkor Wat
Angkor Wat

Angkor Wat is een tempelcomplex in Cambodja en het grootste religieuze monument ter wereld, met een oppervlakte van 162,6 hectare. Het werd oorspronkelijk gebouwd als een hindoetempel voor het Khmer-rijk en transformeerde geleidelijk in een boeddhistische tempel tegen het einde van de twaalfde eeuw. Het werd gebouwd door de Khmerkoning Suryavarman II in de vroege twaalfde eeuw in Yaśodharapura, de hoofdstad van het Khmer-rijk, als zijn staatstempel en uiteindelijke praalgraf. Angkor Wat was gewijd aan Vishnoe, waarmee gebroken werd met de Shaivistische traditie van eerdere koningen. Als enige tempel in de omgeving bleef het een belangrijk religieus centrum, dankzij de goede conservering. De tempel geldt als het hoogtepunt van de hoog klassieke stijl van Khmerarchitectuur. Het is een symbool van Cambodja geworden en staat op de nationale vlag. Het is ook de grootste toeristische trekpleister van het land.

 

Angkor Wat combineert twee hoofdelementen van Khmer-tempelarchitectuur: de tempelberg en de latere tempelgalerij. Het is ontworpen om de berg Meroe voor te stellen, het tehuis van de Devas in hindoeïstische mythologie: binnen een slotgracht en een 3,6 kilometer lange buitenmuur staan drie vierkante galerijen, elk hoger dan de vorige. In het centrum van de tempel staat een quincunx van torens. In tegenstelling tot de meeste Angkoriaanse tempels is Angkor Wat gericht naar het westen; academici zijn verdeeld over het belang hiervan. De tempel wordt gewaardeerd om de grandeur en harmonie van de architectuur, de uitgebreide bas-reliëfs en de vele Devata’s die de muren versieren.

 

De moderne naam Angkor Wat betekent “Tempelstad” of “Stad der Tempels” in Khmer; Angkor, wat “stad” of “hoofdstad” betekent, is een spreektalige vorm van van het woord Nokor, wat van het Sanskriet woord nagara (Devanagari) komt.

The Bridge

Choir of Young Believers – Hollow Talk (tune van de TV serie ‘The Bridge’)