Het Weihnachtsoratorium (BWV 248) (Kerstoratorium; Oratorium Tempore Nativitatis Christi) is een oratorium, bestaande uit zes afzonderlijke, maar inhoudelijk verbonden werken, soms aangeduid als cantates, geschreven door Johann Sebastian Bach voor de periode van Kerst 1734 tot en met Driekoningen 1735. De teksten zijn ontleend aan het Evangelie volgens Lucas en het Evangelie volgens Matteüs en waarschijnlijk geschreven door librettist Picander (pseudoniem van Christian Friedrich Henrici).
Deel I – De geboorte van Jezus
1. Jauchzet, frohlocket! (Juicht, jubelt!)
5. Wie soll ich dich empfangen (Hoe zal ik U ontvangen?)
4. Bereite dich, Zion (Bereid u voor, Sion)
Deel II – De aankondiging aan de herders
10. Sinfonia (Instrumentale inleiding)
19. Schlafe, mein Liebster, genieße der Ruh (Slaap, mijn liefste, geniet van de rust)
12. Schaut hin, dort liegt im finstern Stall (Kijk, daar ligt Hij in de donkere stal)
Deel III – De aanbidding door de herders
24. Herrscher des Himmels, erhöre das Lallen (Heerser van de hemel, verhoor dit stamelen)
26. Lasset uns nun gehen gen Bethlehem (Laten we nu naar Bethlehem gaan)
31. Schließe, mein Herze, dies selige Wunder (Sluit dit zalige wonder in je hart)
Deel IV – De naamgeving van Jezus
36. Fallt mit Danken, fallt mit Loben (Kniel neer met dank, kniel neer met lof)
39. Flößt, mein Heiland, flößt dein Namen (Schenk mij moed door Uw naam, mijn Heiland)
42. Ich will nur dir zu Ehren leben (Ik wil alleen tot Uw eer leven)
Deel V – De wijzen uit het Oosten
43. Ehre sei dir, Gott, gesungen (U zij eer toegezongen, o God)
46. Erleucht auch meine finstre Sinnen (Verlicht ook mijn duistere gedachten)
48. Ach, wenn wird die Zeit erscheinen? (Ach, wanneer zal die tijd aanbreken?)
Deel VI – De wijzen vinden Jezus
54. Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben (Heer, wanneer de trotse vijanden razen)
56. Nun mögt ihr stolzen Feinde schrecken (Nu mogen jullie, trotse vijanden, schrik aanjagen)
64. Nun seid ihr wohl gerochen (Nu is jullie wraak dan voltrokken)
Johan Sebastian Bach
Velen zullen Johann Sebastian Bach de grootste componist aller tijden noemen. Maar deze status kreeg hij pas echt in de negentiende eeuw, toen zijn muziek werd herontdekt. In zijn eigen tijd stond Bach vooral bekend als virtuoos organist en was hij altijd in dienst van de adel of de kerk.
Al vroeg in zijn leven kwam Johann Sebastian Bach in aanraking met muziek door zijn muzikale ouders. Maria Elisabeth Lämmerhirt kwam uit een muzikale familie en Johann Ambrosius Bach was de stadsmusicus van Eisenach. Van hem heeft Bach waarschijnlijk viool leren spelen. Ook schijnt Bach een bijzondere stem te hebben gehad, die hem op 14-jarige leeftijd een studiebeurs bezorgde voor de Michaelisschule in Lüneburg. Tijdens zijn schooltijd op dit gymnasium bekwaamde Bach zich in het spelen van orgel met George Böhm (1661-1733) als leraar, en schreef hij ook al zijn eerste orgelcomposities. Het was duidelijk dat hij de muzikale genen van zijn ouders had geërfd – die hij later ook weer zou doorgeven aan zijn eigen kinderen.
Zijn ouders zouden dat echter allemaal niet meer meemaken: Bach werd op negenjarige leeftijd al wees. Daarom nam zijn oudere broer Johann Christoph hem in huis totdat hij naar de Michaelisschule vertrok. In die jaren stimuleerde Johann Christoph het muzikale talent van zijn broertje door hem orgel en andere toetsinstrumenten te leren spelen.
RIAS Kammerchor
Barokorkest B’Rock en RIAS Kammerchor. Dirigent René Jacobs. Met Sunhae Im (sopraan), Bernarda Fink (mezzosopraan), Martin Lattke (tenor) en Dominik Köninger (bariton). Opname van 13 december 2014, Het Concertgebouw, Amsterdam.
- Meer: Concertbezoek klassieke muziek
- Bronnen: funkystuff.org
- Uitgaand: Mahler Foundation
- Uitgaand: Concertgebouworkest
- Zoekwoorden:
