Nieuwe spoortracé Tilburg

Nieuwe spoor.

  • 1922 Aanleg van het nieuwe spoortracé over de Spoordijk en de spoorbrug over het Wilhelminakanaal.
  • 1924 Opening nieuw spoortracé.
  • 1961 Start aanleg van het hoogspoor en sloop oude station. Hoogspoor gereed in 1966.
  • 2001 In het lange weekeinde van Hemelvaart 2001 werden er in Tilburg zes spoorbruggen tegelijk vervangen. Drie daarvan liggen in de Armhoefse Akkers: de bruggen van de Spoordijk, over het Wilhelminakanaal en Ringbaan Oost. De nieuwe bruggen over het Wilhelminakanaal liggen 35 cm hoger zodat de doorvaarthoogte verbeterd is. Door de vervanging van de bruggen is de geluidsoverlast aanzienlijk afgenomen.
1924 Spoorbrug over het Wilhelminakanaal.
1924 Spoorbrug over het Wilhelminakanaal.

Spoorpark (buiten de Armhoefse Akkers)

Het Spoorpark is een stadspark en dagrecreatiegebied van bijna tien hectare dat in 2019 in Tilburg is voltooid. Het heeft voorzieningen voor recreatie, sport en cultuur. Het is aangelegd in een verwaarloosd voormalig spoor- en industriegebied en is gerealiseerd door een burgerinitiatief. De naam verwijst naar de ligging aan de spoorlijn Breda – Eindhoven en naar het rangeerterrein dat hier lag en waarvan de rails deels in het park opgenomen zijn.

Het park heeft de vorm van een geweerkolf en wordt begrensd door verkeersaders. De lange kanten zijn de noordzijde met de spoorlijn Breda–Tilburg en de zuidzijde met de Hart van Brabantlaan en zijn parallelweg, de Hazelaarstraat. De westzijde, het brede eind van de kolf, grenst aan Ringbaan West, die daar verhoogd ligt om de spoorlijn te overbruggen. De oostelijke, kortste zijde is de Sint-Ceciliastraat.

Vanwege het spoortalud is er geen toegang vanaf de noordzijde, de vijf ingangen zijn verdeeld over de andere drie zijden, waarvan er een, aan de Hazelaarstraat, toegang geeft tot de stadscamping. Door de woonbebouwing aan die kant en de verhoogde ligging van het spoor en Ringbaan West, is het Spoorpark vanuit de openbare ruimte nauwelijks zichtbaar, hoewel het terrein een lengte van zeshonderd meter heeft en op het breedste punt meer dan honderdvijftig meter breed is. Het totale plangebied meet tien hectare, maar dat is inclusief woonbebouwing en de taluds van de omringende verkeersaders.

Het gebied heeft bekendgestaan als het Van Gend & Loos-terrein. Op het oostelijk deel had het bedrijf een distributiecentrum. Er werden goederen overslagen, onder andere van treinen naar distributieauto’s, later alleen van auto naar auto. In het westelijk deel lag een rangeerterrein met opstelsporen, dat gebruikt werd door de Hoofdwerkplaats Tilburg, waar spoormaterieel onderhouden en gerepareerd werd.

Toen Van Gend & Loos ophield met railvervoer, verloor de ligging aan het spoor zijn meerwaarde en vertrok het bedrijf. Het gebied raakte in verval, aangezien ook het werk bij de Hoofdwerkplaats terugliep, waardoor de sporen nog amper nodig waren. Intussen werd de politiek het niet eens over een geschikte invulling. Plannen om het hele gebied een woonbestemming te geven bleken onuitvoerbaar door knelpunten in de verkeersafwikkeling: alleen via twee doorgangen aan de zuidzijde is het terrein per auto te bereiken. Mede doordat er af en toe gekampeerd werd en omwonenden er volkstuintjes aanlegden, werd uiteindelijk vrijetijdsbesteding een speerpunt bij de ontwikkeling.

Voetnoot