Koning Willem II (1792-1849)

Koning Willem II woont van 1832-1849 in Tilburg.

Willem II (1792-1849).
Willem II (1792-1849).

Op 4 oktober 1830 riep het Belgische ‘Voorlopig Bewind’ eenzijdig de onafhankelijkheid van de Zuidelijke Nederlanden uit. Deze werd zeer tegen de zin van koning Willem I bekrachtigd door zijn zoon. Willems vader wilde echter de zuidelijke gebieden niet zonder slag of stoot laten gaan, alleen al om een nadelige boedelscheiding te voorkomen. De koning besloot daarom tot een offensief, dat bekend is geworden als de Tiendaagse Veldtocht (2-12 augustus 1831). In juni 1832 verlegde Willem, in de functie van hoofdveldmaarschalk, zijn bedreigd hoofdkwartier te Turnhout, via Den Bosch, naar Tilburg, waar het tot juli 1839 gevestigd bleef. Ook na deze militaire periode kwam de prins cq koning nog vaak naar Tilburg. Willem hield ervan in Tilburg het ‘eenvoudige’ leven te leiden van een vooraanstaand burger temidden van het gewone volk, wars van het Haagse hofleven met al zijn etiquette. In 1833 kocht Willem even buiten Tilburg het landhuis Koningshoeven van George Schouw, kerkvoogd van de kleine Hervormde Gemeente in de stad. Het was ‘een tuin met een planken gebouw en koepel, groot 44 roeden en 42 ellen’. De bovenverdieping diende tot verblijf, het sous-terrain was stalling. Over deze lustwarande zou Willem gezegd hebben ‘Hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig’. 

In 1834 kocht Willem nog eens drie boerderijen in de omgeving, waaronder ‘De Schaapskooi’, een voor Nederland toonaangevende schapenfokkerij. Om de twee of drie jaar voerde Willem nieuwe, buitenlandse rasdieren aan. Zo kocht hij in Saksen Spaanse rammen en ter verbetering van de inlandse schapen importeerde hij eens 42 Silezische ooien en rammen. Passend bij zijn nieuwe status besloot Willem ook in Tilburg een neogotisch paleis te bouwen. Hij zou er echter nooit wonen, want vlak voor het paleis gereed kwam stierf hij, in de huiskamer van zijn eerste Tilburgse woning.

1834 Schaapskooi Willem II.
1834 Schaapskooi Willem II. Om de nijverheid te stimuleren liet koning Willem II in 1834 een grote schaapskooi oprichten met een geïmporteerde kudde van een goed ras. Later werd dit de bierbrouwerij van de Trappisten.

Van zijn in 1841 gekochte jachtslot Vaeshartelt in Nederlands Limburg liet Willem de ingangspartij verfraaien. Hier heeft hij naar verluidt maar twee keer twee weken doorgebracht. Ook Rheeburg en Zionsburg in Vught werden door hem aangekocht, maar niet verbouwd of uitgebreid. Daarnaast is er voor de koning een gotisch jachthuis in Gorp gebouwd. In Paleis Het Loo liet de koning weinig sporen na. Hij woonde op het nabijgelegen jachtslot, Kasteel Het Oude Loo, dat meer aan zijn voorkeur voor de neogotiek beantwoordde. 

Toen Willem II op 13 februari 1849 voor het eerst de nieuwe Tweede Kamer toesprak, werd opgemerkt dat hij er slecht uitzag en zijn stem zwak was. Begin maart wenste de koning zich voor korte tijd terug te trekken in het door hem geliefde Tilburg. Zijn lijfarts raadde hem dit af, maar hij zette zijn wil door. Op 13 maart nam hij afscheid van zijn vrouw en reed per koets naar Rotterdam. In Rotterdam was Willem II gekleed in een lange mantel met als hoofddeksel zijn typische Russische muts. In de haven wilde hij een in zijn opdracht in aanbouw zijn stoomjacht bezichtigen. 

Bij het aflopen van de trap raakte hij met zijn laars verward in zijn mantel en viel van zes treden af. Onmiddellijk daarna stond hij weer op en op de ontstelde vragen reageerde hij met een geruststellend: “Het is niets.” Toen de koning via Geertruidenberg naar Tilburg reisde, werd hij door de menigte toegejuicht. Maar tegen de gewoonte in werd er vanuit het rijtuig niet gereageerd. Het slechte weer deed de koning geen goed en hij had de mantel dicht om zich heen geslagen. In Tilburg werden de gezondheidsproblemen erger. Willem II was niet meer in staat om staatsstukken te bestuderen. Twee dagen lang was de koning ernstig kortademig.

Op 16 maart kwam zijn zoon Hendrik op bezoek, waardoor zijn zin enigszins verbeterde. Toen koningin Anna Paulowna kort daarna ook arriveerde, werd zij niet meer toegelaten. Zij luisterde van achter de deur gespannen of zij zijn dierbare stem hoorde. Op 17 maart werd zijn toestand zeer kritiek. Rond drie uur kreeg Willem II een ernstige aanval van kortademigheid, waarbij hij zijn arts in de armen vloog. Deze zette hem terug in zijn stoel, waarna hij stierf. Koningin Anna Paulowna was zo geschrokken dat zij zich gillend op zijn levenloze lichaam wierp. Enkele dagen heeft zij urenlang geknield bij zijn lijk gezeten. Tijdens de rouwdagen logeerde zij in de pastorie van Zwijsen.

  • Het oud paleis dat koning Willem II bewoonde stond op de hoek Monumentstraat-Paleisstraat, op het einde van de Bisschop Zwijsenstraat, toen nog Konings- of Nieuwendijk geheten. Hier is Willem II op 17 maart 1849 overleden. 
  • Het huidige nieuwe paleis is gebouwd in opdracht van koning Willem II, die zelf de eerste steen legde op 13 augustus 1847. De koning wilde in het door hem zo geliefde Tilburg een buitenresidentie hebben. Koning Willem II heeft echter nooit in het paleis gewoond. Hij stierf op 17 maart 1849, 22 dagen voor de oplevering van het paleis op 7 april 1849.
  • Op 17 maart 1874 werd er voor het oud paleis een gedenknaald onthuld voor Koning Willem II, in 1933 verplaatst en in 1968 afgebroken.