Gerard van Swietenstraat

Drie woningen in de Gerard van Swietenstraat 66-70, gezien vanaf de Boerhaavestraat in september 1924. Ze werden in 1923 gebouwd door de aannemers M. Kuypers en A. Vermelis in opdracht van L.M. Bots, J.W. Lippits en architect A.J. Prinsenberg. Rechts op de achtergrond is nog net het huis van burgemeester van de Mortel in de St. Josephstraat zichtbaar (zie Villa J.C. van de Mortel). Op de voorgrond een hondenkar van Tilburgsche Melkinrichting “De Hoop”.

1924 Gerard van Swietenstraat 66-70.
1924 Gerard van Swietenstraat 66-70.
1927 Professor Dondersstraat en Gerard van Swietenstraat.
1927 Professor Dondersstraat 54 en hoek Gerard van Swietenstraat 81-83.

Gerhard van Swieten (Leiden, 7 mei 1700 – Schönbrunn (Wenen), 18 juni 1772) was een Nederlands arts en apotheker. Hij werd bekend als lijfarts van keizerin Maria Theresia van Oostenrijk. Ook was hij medisch adviseur van keizer Frans I Stefan.

Van Swieten werd geboren als zoon van Thomas van Swieten, notaris in de Breestraat te Leiden, en Elisabeth van Loo. Zijn moeder overleed reeds toen Van Swieten nog een kleine jongen was; zijn vader ontviel Van Swieten in 1712. De voogd die aan hem werd toegewezen liet hem berooid achter. Met het kleine deel van de erfenis van zijn ouders dat Van Swieten verkreeg, trok hij op zestienjarige leeftijd naar Leuven om filosofie en staatswetenschappen te studeren. Twee jaar later, in 1718, keerde hij terug naar zijn geboortestad om daar aan de Universiteit van Leiden chemie, farmacie en geneeskunde te gaan studeren. De beroemde Leidse arts Herman Boerhaave werd Van Swietens leermeester, en Van Swieten werd op zijn beurt een van Boerhaaves meest geliefde leerlingen. Zijn studie farmacie voltooide van Swieten in 1720. In 1725 promoveerde Van Swieten op een proefschrift over de bouw en functie van arteriën en hij vestigde zich als arts te Leiden. Daarnaast gaf hij privécolleges en verving hij Boerhaave op de universiteit bij diens afwezigheid.

Op 27 september 1729 trad Van Swieten in het huwelijk met Maria Lambertine Elisabeth Theerbeck de Coesfeld. Van Swieten betrok na zijn huwelijk een pand aan het Steenschuur te Leiden. Kort na de geboorte van zijn dochtertje in mei 1732 verhuisde het gezin naar een groter pand aan de Nieuwsteeg. Uit het huwelijk werden verder meerdere zonen geboren, waaronder Gottfried (1733, later Nederlands diplomaat en bekend als vriend van Wolfgang Amadeus Mozart). Vanwege zijn katholieke afkomst kwam Van Swieten niet in aanmerking om zijn leermeester Boerhaave na diens dood in 1738 als hoogleraar aan de universiteit op te volgen. Van Swieten was hierover verbitterd, maar Boerhaave, bekend met de onmogelijkheid voor katholieken om hoogleraar aan de Universiteit van Leiden te worden, droeg Van Swieten niet eens voor bij gesprekken over zijn opvolging. Omdat na Boerhaaves dood Van Swietens rol op de universiteit was uitgespeeld, legde hij zich toe op het becommentariëren van de werken van zijn leermeester (Commentaria in Hermanni Boerhaave aphorismos de cognoscendis et curandis morbis), dat uiteindelijk vijf delen zou gaan omvatten.

Van Swieten hield zich bezig met de anatomie, de pathologie en de therapie van geslachtsziekten en was daarbij met name op zoek naar een betere behandeling voor syfilis.

Aan Van Swieten wordt de eerste beschrijving van episodische clusterhoofdpijn toegeschreven die volledig voldoet aan de diagnostische criteria opgesteld door de International Headache Society (IHS) in 1988,[10] die hij beschreef in zijn Commentaria in Hermanni Boerhaave aphorismos de cognoscendis et curandis morbis (1745) en die hij succesvol met kinine zou hebben behandeld. Oudere beschrijvingen, die echter niet volledig aan de hiervoor genoemde criteria beantwoorden, worden toegeschreven aan Nicolaas Tulp (1641) en Thomas Willis (1672).

Voetnoot